Profijt

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het -met name financiële- voordeel dat men heeft bij een bepaalde zaak
    Zij zijn degenen die daar profijt van hebben.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voordeel’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Uitdrukkingen

  • profijt trekken vanvoordeel halen uit

Vertalingen

Engelsprofit, gain
Spaansganancia, provecho
Turksası