Profeet
mannelijk (de)/proˈfet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een persoon die boodschappen van een godheid aan de mensen doorgeeftom een verschil van mening over de opvolging van de profeet (1300 jaar geleden) worden nu nog elke dag bommen geplaatstAangezien ik niks kon zeggen pakte zij het boek De profeet van Kahlil Gibran uit haar rugzak en begon mij hardop voor te lezen.
- iemand die de toekomst voorspeltTijdens Fall Gelb en de Battle of Brittan (1940) verstrooiden Duitse vliegtuigen pamfletten met slecht vertaalde toekomstvoorspellingen van de Middeleeuwse profeet Nostradamus
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorspeller’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Vertalingen
Engelsprophet
Fransprophète
DuitsProphet
Spaansprofeta
Poolsprorok
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek