procureur-generaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/prokyˌrørɣenəˈral/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch, beroep (juridisch) (beroep) hoofd van het parket bij het Belgische Hof van Cassatie
  2. juridisch, beroep (juridisch) (beroep) de vertegenwoordiger van het Belgische Openbaar Ministerie bij de Hoven van Beroep, tevens hoogste gerechtelijke autoriteit in het rechtsgebied van het hof
  3. juridisch, beroep (juridisch) (beroep) een lid van het bestuurscollege van het Nederlandse Openbaar Ministerie, het College van procureurs-generaal, dat samen met de staf aldaar het Parket-generaal vormt
  4. juridisch, beroep (juridisch) (beroep) het hoofd van het Parket bij de Nederlandse Hoge Raad

Etymologie

*(samenkoppeling) van procureur en generaal

Vertalingen

Engelspublic prosecutor
DuitsGeneralstaatsanwalt
Spaansprocurador del estado