procope

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈprokope/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wegvallen van een of meer klanken aan het begin van een woord
    Aan het begin van een zin was de kleurloze vorm van het persoonlijk voornaamwoord ik bij De Bruyn zeer geliefd. Procope van de klinker tot ’k komt bijna honderd keer voor.

Etymologie

*via Latijn """ van "προκοπή" (prokopè) "voortgang"

Vertalingen

Engelsapheresis
Fransaphérèse
DuitsAphärese, Aphäresis
Spaansaféresis
Portugeesafereza