processiekruis
onzijdig (het)/proˈsɛsiˌkrœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (rooms-katholiek) christelijk symbool in de vorm van een staander met een haakse balk dat met een speciale functie bij een religieuze optocht
- kruis dat op een stok voor de stoet uit wordt gedragenDe crucifix, die eerst als processiekruis gebruikt werd kwam pas veel later (12e, 13e eeuw) op het altaar en werd eerst door Paus Pius de vijfde (16e eeuw) verplicht gesteld.
- kruis waarbij bedevaarten of lange processies worden onderbroken voor rust, gebed of zegening
Etymologie
* als leenvertaling van Latijn "crux processionalis"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek