procesdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dag dat een rechtszaak gevoerd wordt voor de rechtbank
    Het pleidooi op de laatste procesdag was een meesterzet van zowel theatrale overreding als perspectiefverplaatsing, weg van de concrete verdenkingen en naar de zo onrechtvaardig aangeklaagde directeur.
    Afgelopen vrijdag was de laatste procesdag, toen beide partijen twee uur de tijd kregen om de jury te overtuigen van hun gelijk. De zevenkoppige jury had, verdeeld over drie dagen, twaalf uur nodig om tot een oordeel te komen.