privaatdocent
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) (verouderd) onbezoldigd docent aan een universiteitPrivaatdocenten konden aan een universiteit college geven in een vak dat nog niet gedoceerd werd, maar waarvan men het belang wel inzag
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onbezoldigd docent aan een universiteit’ voor het eerst aangetroffen in 1863
Vertalingen
Spaansdocente privado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek