privésecretaresse

vrouwelijk (de)/priˈvesɪkrətaˌrɛsə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vrouw die uitsluitend direct ondersteunend werk verricht voor een specifieke hooggeplaatste persoon
    De sterauteurs, de latere hoofdredacteur Joop van Tijn voorop, hebben veel meer (materiële) privileges dan de letterknechten. Zo heeft de onvermoeibaar bijklussende Van Tijn een privésecretaresse, die ongemerkt op de loonlijst van de Weekbladpers blijkt te prijken.
    We begonnen op een gestructureerdere manier te werken, waarbij het werk werd verdeeld tussen de drie privésecretaresses, en Alan en ik het merendeel van de administratie afhandelden.