prior

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) kloosteroverste in verscheidene kloosters die geen abdij zijn. (in laatstgenoemd geval is de prior de onderoverste van een klooster, onder de abt)

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kloosteroverste’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Spaansprior