principe
onzijdig (het)/prɪnˈsipə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een grondoorzaak, werkend beginselDat is het principe.
- een grondbeginsel, grondstellingIn principe zou dat moeten kunnen...
- een stelregelUit principe doe ik dat niet.
- in principe: alleen rekening houdend met een bepaald beginselOmlooptijd, diameter, massa - dat is in principe allemaal te meten.Sommige deskundigen menen dat de daarvoor noodzakelijke technieken in principe in elk microbiologisch laboratorium aanwezig zijn, maar het vereist toch wel een zekere kennis en technische vaardigheden om effectieve biologische wapens te kunnen produceren.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beginsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1830
Vertalingen
Spaansprincipio
Italiaansprincipio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek