priktol

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tol met ijzeren punt die men met een eromheen gewonden touwtje laat draaien en op de grond gooit
    Tollen: een zweep met ’n tol met zelf kleurtjes erop gemaakt voor het effect, of een priktol met een touwtje erom gewonden. NRC A.L. van den Bosch Meeuwis 24 december 2009 [https://www.nrc.nl/nieuws/2009/12/24/hinkelen-tollen-en-knikkeren-heel-wat-leuker-dan-gamen-11829856-a160839 Hinkelen, tollen en knikkeren. Heel wat leuker dan gamen]
    „Je doet de dingen voor elkaar, dat vind ik normaal. Tegenwoordig hebben mensen nergens tijd voor. Dat zie je aan de jeugd. Die kinderen van nu zijn altijd druk, dan weer naar judo, dan weer huiswerk. Wij speelden na school buiten met een priktol.” NRC Rosan Hollak 5 april 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/05/als-het-aan-boer-henk-ligt-blijft-hij-het-liefst-bij-zijn-boerderij-a1598297 Een leven lang op de boerderij]