prikkelen

/ˈprɪkələn/

Betekenis

werkwoord
  1. (herhaaldelijk) prikken
  2. figuurlijk (figuurlijk) aansporen, aanzetten
    De steeds hogere huur prikkelde hem om te verhuizen.
  3. figuurlijk (figuurlijk) ergeren, ergernis opwekken
  4. medisch (medisch) irriteren
  5. figuurlijk, eufemisme (figuurlijk) (eufemisme) in de zinnen ~: seksueel opwinden

Etymologie

* Omdat Middelnederlands pricken ook bestaat, is Middelnederlands prickelen eerder op te vatten als (freqtt) prikken dan als afleiding van prikkel met de uitgang -en dat de onbepaalde wijs van een werkwoord vormt

Vertalingen

Engelsneedle, sting, spur
Fransrepiquer, inciter, irriter
Duitsstacheln, reizen, reizen
Spaansrepicar, incitar, acuciar
Italiaanseccitare