prikkelen
/ˈprɪkələn/
Betekenis
werkwoord
- (herhaaldelijk) prikken
- (figuurlijk) aansporen, aanzettenDe steeds hogere huur prikkelde hem om te verhuizen.
- (figuurlijk) ergeren, ergernis opwekken
- (medisch) irriteren
- (figuurlijk) (eufemisme) in de zinnen ~: seksueel opwinden
Etymologie
* Omdat Middelnederlands pricken ook bestaat, is Middelnederlands prickelen eerder op te vatten als (freqtt) prikken dan als afleiding van prikkel met de uitgang -en dat de onbepaalde wijs van een werkwoord vormt
Vertalingen
Engelsneedle, sting, spur
Fransrepiquer, inciter, irriter
Duitsstacheln, reizen, reizen
Spaansrepicar, incitar, acuciar
Italiaanseccitare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek