prevelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die snel en onduidelijk een gebed uitspreekt
    De in Zwolle geboren Wierdenaar is ondanks het feit dat hij van de oude stempel is, echter geen vastgeroeste prevelaar die wars is van vernieuwing. Dan had hij misschien niet gepast bij het kerkje aan de Dahliastraat, waarvan hij nu 25 jaar het gezicht is. Tubantia Jeroen de Kleine 14-10-17, [https://www.tubantia.nl/wierden/dominee-wout-oosterhof-van-hervormde-kapel-wierden-met-emeritaat~a293549b5/ Dominee Wout Oosterhof van Hervormde Kapel Wierden met emeritaat]
    De klok is via Frankrijk uit Italie in onze keuken terecht gekomen, in eerste instantie om misverstanden te voorkomen. Vertellen Ria Jansen-Sieben en Johanna Maria van Winter in hun De keuken van de late Middeleeuwen dat aanvankelijk nog met zandloper of gebedslengte werd gewerkt ('een pater noster lang', 'een Miserere tijts lange'), al in een zestiende-eeuws kookboek wordt over 'anderhalf ure lanck' gesproken, wat rappe prevelaars ongaar voedsel bespaarde. NRC Atte Jongstra 31 december 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/12/31/rehabiliteer-de-seizoenen-in-de-kunst-van-het-koken-7429167-a1359977 Rehabiliteer de seizoenen in de kunst van het koken; Romantiek in de keuken]
  2. advocaat

Etymologie

* van prevelen