presumeren

/ˌprezyˈmerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op voorhand aannemen, als verwachting hebben
    Deze toestemming moet echter niet steeds formeel zijn: een geneesheer, gekend voor zijn hypnotische behandeling, kan presumeren dat zijn cliënt impliciet toestemt (…).
  2. ov, verouderd (ov) (verouderd) als te nemen risico zien, moed hebben tot
    {{ouds

Etymologie

*via Middelnederlands """ en "présumer" van Latijn "praesumere"