prestigestrijd

mannelijk (de)/prɛsˈtiʒəˌstrɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wedijver of ruzie die vooral wordt ingegeven door de behoefte indruk te maken op anderen
    In Spanje stuwden rivalen FC Barcelona en Real Madrid elkaar tot grote hoogten, onder impuls van tv-gelden en sponsorcontracten en een prestigestrijd tussen beurtelings de beste spelers ter wereld: Lionel Messi en Cristiano Ronaldo.
    Hij schetst een ontluisterend beeld: veel militairen kwamen de poort nauwelijks uit; de elite-eenheid van de marine voert vooral een onderlinge prestigestrijd met de commando’s van de landmacht.
    Het heeft Van Thijn mateloos gestoord dat Van der Reijden voortdurend kleine prestigestrijden uitvocht.