presse-papier

mannelijk (de)/ˌprɛspaˈpje/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vaak fraai gevormd, zwaar voorwerp dat men boven op een stapel losse papieren kan leggen zodat de papieren niet kunnen wegwaaien
    Gelukkig lag er een presse-papier op de stapel bankbiljetten, anders waren ze zo uit het raam weggewaaid toen de deur plotseling openging.
    ‘Het aanbod notitieblokken, magneetjes, postkaarten, affiches en presse-papiers is redelijk constant. Redelijk nieuw zijn de licenties die we verkopen. Zo beheren we Magrittelicenties voor chocoladeproducten, koekjes, maatpakken en koffers. In Knokke en in het Atomium bedachten we concepten voor events. Met een 3D-beleving bereik je families met kinderen. Voor hen creëerden we kinderboekjes en doe-boekjes.’ de Standaard WOENSDAG 4 OKTOBER 2017
    Bruikbaar is de geperste geldklomp in ieder geval niet. ,,Je kunt het als presse-papier gebruiken." Toch heeft de klomp in deze vorm wel waarde. ,,Er heeft iemand honderd euro voor geboden. Ik denk dat het een verzamelaar is. Daar doen we het wel voor weg. Tot dat het geld binnen is zetten we het hier in een vitrine." Tubantia 10-januari-2017

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zwaar voorwerp om op losse papieren te leggen’ voor het eerst aangetroffen in 1888

Vertalingen

Engelspaperweight
DuitsBriefbeschwerer