premierschap
onzijdig (het)/prəˈmjesxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoedanigheid van eerste minister, periode dat iemand eerste minister isDe motie van wantrouwen werd met een ruime meerderheid aangenomen, dus hij nam afscheid van zijn premierschap.
Etymologie
* afgeleid van premier
Vertalingen
Engelspremiership
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek