premierschap

onzijdig (het)/prəˈmjesxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoedanigheid van eerste minister, periode dat iemand eerste minister is
    De motie van wantrouwen werd met een ruime meerderheid aangenomen, dus hij nam afscheid van zijn premierschap.

Etymologie

* afgeleid van premier

Vertalingen

Engelspremiership