pratikeren
/ˌpratiˈkerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- in de praktijk brengen van een bepaalde manier van levenNet geen 9 procent wekelijks pratikerende katholieken in België
- in de praktijk beoefenen van een vak (zoals werken als arts of advocaat)
Etymologie
*van "pratiquer"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek