prangen
/ˈprɑŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voortdurend met veel kracht aanraken
- (inerg) met veel inspanning handelen
Etymologie
*van Middelnederlands "prangen" de betekenis van ‘drukken, knellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1400
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek