prangen

/ˈprɑŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voortdurend met veel kracht aanraken
  2. inerg (inerg) met veel inspanning handelen

Etymologie

*van Middelnederlands "prangen" de betekenis van ‘drukken, knellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1400