pragmaticus
mannelijk (de)/prɑx'matikʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhanger van het pragmatisme
- iemand zaken praktisch oplostToch is een op de vijf deelnemers wel blij met Zalm als informateur. De voormalig minister van Financiën is in hun ogen een zakelijk ingestelde pragmaticus, die al zijn ervaring zal aanwenden om de formatie te laten slagen.de Telegraaf 24 jul. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1358872/uitslag-stelling-formatie-stemt-somber Uitslag stelling: Formatie stemt somber ]Juvyns ziet weinig gevaren. ,,Een handelsoorlog komt er niet. Donald Trump heeft weliswaar meermalen gerept over invoerheffingen, maar hij is een pragmaticus. China is met Japan de grootste schuldeiser van de VS en hij wil dit land niet in het harnas jagen. Dat werd ook duidelijk in de handelsakkoorden die vorige week gesloten werden."de Telegraaf JOHAN WIERING 15 mei 2017 [https://www.telegraaf.nl/financieel/1348568/dsm-blinkt-uit-op-tam-damrak DSM blinkt uit op tam Damrak ]
Etymologie
*afleiding van praktijk en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek