Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
pottenlikker
mannelijk (de)/ˈpɔtɛ(n)ˌlɪkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die restjes van iets lekker opliktAnneke is gauw naar grootmoe gegaan met de pan en de lepel. Nu zit ze naast grootmoe in het gras; en het pannetje staat tussen haar benen. Zo lekker! Anneke’s kleine neus wordt er óók bruin van. Grootmoe lacht. Grootmoe zegt: „Lekker, hè, kleine pottenlikker! Vanmiddag eten we nog méér pudding; (…)
- (huishouden) keukengerei om restjes voedsel uit diepe potten en pannen te halen, bestaand uit een schraper van buigzaam materiaal aan een stevige steelIk heb haar ook wel eens een tik gegeven met een pottenlikker. Zo'n plastic ding aan een lange steel.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek