pottenbakkerij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijf waar men aardewerk maakt; werkplaats van een pottenbakker
    De enige die protesteerde was Annika Wallmark, die helemaal aan de rand van het dorp een kleine pottenbakkerij had.
    Hij is pottenbakker en maakt ter plekke met klei en water kleine bloemenvaasjes. Ze zijn te koop voor 0,90 eurocent. Met een stanleymes kerft hij de voornamen van de koper in de vaasjes. Van den Tillaart komt uit Limburg en samen met zijn vrouw heeft hij een pottenbakkerij.

Etymologie

* afleiding van pottenbakken

Vertalingen

Engelspottery
Franspotterie