potsenmaker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die grappig is of probeert grappig te zijn voor een publiek
    Een tweede potsenmaker, qua corpulentie de gelijke van Den Blijker, doet theatraal alsof hij wordt vergiftigd.
    HP/De Tijd presenteert voor het eerst de top-25 van zangers, narren, potsenmakers, entertainers en moralisten, of kortweg cabaretiers, die ons het afgelopen seizoen een spiegel voorhielden of het volk domweg probeerden te amuseren