potloodventer
mannelijk (de)/ˈpɔtlotˌfɛntər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (seksualiteit) (schertsend) man die ongevraagd zijn ontblote penis aan voorbijgangers laat zienEen stereotype potloodventer maakt graag gebruik van een regenjas, die hij plotseling openslaat.De Hermandad wist de potloodventer, zoals een exhibitionist bij de politie genoemd wordt, spoedig te achterhalen.
- (persoon) (verouderd) (historisch) iemand die op straat goedkoop schrijfmateriaal verkoopt{{oudsOnder de slachtoffers van de laatste warme dagen te Parijs bevindt zich ook de potloodventer Libeau, die bij het Palais Royal, tengevolge van een zonnesteek in elkaar zakte en naar het ziekenhuis moest gebracht worden, waar hij reeds overleden aankwam. In een dikken, lederen gordel, dien de man op zijn naakte lichaam droeg, vond men 300.000 frs. in banknoten en papieren van waarde. De man zag er op ’t oog zoo arm en ellendig uit, dat de koffiehuisbezoekers hem gaarne een aalmoes gaven, zonder het potlood, dat hij voor den vorm te koop aanbood, aan te nemen.
Etymologie
**[2] straathandel in goedkoop schrijfmateriaal was vooral in de een manier om het verbod op bedelen te omzeilen, in de betekenis "scharrelaar" aangetroffen vanaf 1898 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelsflasher, wand-waver, weeny-wagger
DuitsBrieföffner, Mädchenschreck, Schlitzöffner
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek