potje

/ˈpɔcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoeveelheid geld met een bepaalde bestemming
    Om dit akkevietje te bekostigen hebben we een speciaal potje.
  2. spel (spel) afgerond spel, onderdeel van de beoefening van een spel met een uitslag die niet meer verandert
    Dat werd al snel een potje knokken.

Etymologie

**[3] vanwege de gewoonte dat de winnaar beloond wordt met het geld dat de deelnemers daarvoor hebben ingelegd

Uitdrukkingen

  • kleine potjes hebben grote oren
  • op ieder potje past een dekseltje

Vertalingen

DuitsPartie, game