pose

vrouwelijk (de)/ˈpozə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bewust gekozen stand van het lichaam
    Mirjam stond in dezelfde pose als het van neon vervaardigde meisje aan de gevel.
    Het vertrouwen in stilzitten en zich voordoen als een ding is wijd verbreid onder insekten, maar niet universeel, zoals ik laatst zag aan twee torretjes die 's avonds bij een lantaren het trottoir overstaken. Toen ik mij over ze heen boog en een vinger naar ze uitstak, marcheerde de een snel verder en ging aan de rand van een perk half onder een blad zitten; de ander hield dadelijk stil, en bleef consequent in zijn pose als ding ook wanneer ik tegen hem duwde.
  2. figuurlijk (figuurlijk) manier waarop iemand zich voordoet
    Het is van een grote eigenzinnigheid, ja, maar soms bekruipt je het gevoel dat het vooral veel buitenkant is, veel stijl, veel pose - zeker in contrast met haar broer.
    Van der Molen heeft door een gewichtige pose aan te nemen zijn onmacht willen maskeren.
  3. munt van weinig waarde

Etymologie

*[3] variant van "poser"

Uitdrukkingen

  • geen pose hebben