portuur

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. partij die ergens tegen opgewassen is, die ergens geschikt voor is
    Ik kreeg veel brieven van mensen die met hem gewerkt hebben, vol mooie herinneringen – aanvankelijk hadden wij in Amsterdam de enige geluidsstudio met een beetje portuur.

Etymologie

* uit het Frans