portrettist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schilder of fotograaf van portretten
    De race was het begin van een tweedaags festival rond de Zweedse schilder Alexander Roslin, portrettist van de aristocratie in de achttiende eeuw. De tentoonstelling met de door hem gemaakte portretten van de Franse, Zweedse en Russische adel aan de vooravond van de Franse Revolutie wordt morgen officieel door de Zweedse ambassadeur geopend. Tubantia 18-10-14, [https://www.tubantia.nl/enschede/derde-editie-van-herfsttooi-in-rijksmuseum-twenthe-geopend-met-pruikenrace~a37b3d9e/ Derde editie van Herfsttooi in Rijksmuseum Twenthe geopend met pruikenrace]
    Thomas Gainsborough was een populaire portrettist van de Britse adel. Maar zelf werd hij stapelgek van het schilderen van deze ‘idioten’ en maakte hij liever landschappen, zo blijkt in Rijksmuseum Twenthe. NRC Bram de Klerck 24 maart 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/03/24/societyschilder-met-afkeer-van-de-adel-1601948-a282783 Hij werd stapelgek van schilderen van ‘idiote’ adel]
    In Haagse Post zei hij destijds: Het komische is dat je bij mensen in de huiskamer zit... Waarom is roem leuk? Omdat het een gevolg is van het werk. Met abstracte kunst had Citroen weinig. Schilderen vond hij al abstract genoeg. En aan het modernisme had hij niets toe te voegen, concludeerde hij al jong in Berlijn waar hij werkte met fotomontage en Bauhauskunstenaars. Ik ben portrettist, ik moet het van de mensen hebben, schreef hij in Notities van een schilder. Het Parool 23 SEPTEMBER 2008 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/de-nederlandse-portretschilder-van-na-de-oorlog~a33536/ Dé Nederlandse portretschilder van na de oorlog]

Etymologie

* afleiding van portret