Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

porte-manteau

mannelijk (de)/ˌpɔrtmɑnˈto/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) samengetrokken woord dat is gevormd uit het begin van een ander woord, gecombineerd met het eind van nog een ander woord en soms nog met delen van nog meer andere woorden, waarbij alle woordfragmenten een deel van de betekenis van het nieuwe woord uitmaken
    De naam ‘mukbang’ is een porte-manteau van de Koreaanse woorden voor eten en uitzenden.[https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/05/trend-in-zuid-korea-etende-mensen-kijken-a1557408 Trend in Zuid-Korea: etende mensen kijken]
    En een samengetrokken woord als caprama wordt een porte-manteau genoemd, zoals ook woorden als infotainment en brunch.[https://www.ikzegookmaarwat.nl/2015/04/nieuwe-pyjama/ Nieuwe pyjama], ikzegookmaarwat.nl, 12 zapril 2015
  2. verouderd (verouderd) kapstok, kleerhanger
    Een eiken porte-manteau.

Etymologie

*[2] Leenwoord uit het Frans, zie aldaar

Vertalingen

Engelsportmanteau word, blend
Fransmot-valise, amalgame
DuitsKofferwort, Schachtelwort
Spaanspalabra de maleta
Italiaansparola macedonia
Portugeespalavra-valise, amálgama