poos
mannelijk/vrouwelijk (de)/pos/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijdsinterval.Hij moest een poos wachten voordat de bus aankwam.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tijd(je)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1338
Vertalingen
Engelswhile
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek