pont
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) (verkeer) een vaartuig dat bedoeld is om mensen en/of voertuigen naar de andere kant van een water te brengenDe pont zette de mensen over de rivier.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘veerpont’ voor het eerst aangetroffen in 1339
Vertalingen
Engelsferry
Spaanstransbordador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek