poncho

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een van origine Zuid-Amerikaans kledingstuk dat bestaat uit een rechthoekige doek met in het midden een gat om het hoofd door te steken
  2. kleding (kleding) regencape met een capuchon
    Er zijn ook regenponchos speciaal voor op de fiets. Deze hebben een grote voorflap om aan het stuur vast te maken, een kleine achterflap voor op de rug en een capuchon voor op het hoofd

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘cape’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaansponcho