polymeer

onzijdig (het)/ˌpoliˈmer/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een reuzenmolecuul dat bestaat uit een sequentie van één of meerdere identieke of soortgelijke onderdelen die aan elkaar zijn gekoppeld
    Het is niet juist om alle polymeren 'plastics' te noemen omdat zij lang niet allemaal plastisch te vervormen zijn.

Etymologie

#betrekking hebbend op de vorming van een polymeer

Vertalingen

Engelspolymer
Franspolymère
DuitsPolymer
Spaanspolímero
Italiaanspolimero
Portugeespolímero
Russischполимер
Chinees聚合物
Japans重合体
Koreaans중합체
Arabischمكوثر
Turkspolimer
Poolspolimery
Zweedspolymer
Deenspolymer