polo

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) balsport, van Engelse oorsprong, gespeeld met houten hamers voor twee ploegen in principe te paard (paardenpolo)
  2. sport (sport) waterpolo
  3. kleding (kleding) T-shirt met korte mouwen en een overhemdkraag, poloshirt, polotruitje

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘balspel’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Vertalingen

Spaanspolo