polkahaar

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. haar dat ter hoogte van de onderkant van de oren recht is afgeknipt en soms naar binnen is gedraaid
    Mijn zus en ik, boven op het duin, waren milde heersers. (Een bebrilde infanta met polkahaar en een bleek broertje.) Ons volk stond aangetreden. De golven zouden ons allen overspoelen.