poffer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoofddeksel) ouderwets hoofddeksel voor vrouwen uit Noord-Brabant
- klein pistool
- iemand die op krediet koopt (poft)
- (voeding) een in een speciale pan met ondiepe putjes van een vloeibaar beslag gebakken lekkernij
Etymologie
* van poffen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek