pof
vrouwelijk (de)/pɔf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bolstaande plooi in kledingstuk, inz. in mouw of korte broek
- brok veengrond
zelfstandig naamwoord
- doffe, zware slag; stoot
- krediet: op de pof kopen
zelfstandig naamwoord
- (sport) poeder gebruikt bij het klimmen om meer grip te hebbenOf je het nu magnesium, pof of kalk noemt, een klimmer kan gewoon niet zonder! Magnesium zorgt er namelijk voor dat je meer grip hebt tijdens het klimmen. Magnesium is er in losse poeder (fijn of grof), ballen en vloeibaar.
Etymologie
* [B] Verbaalabstract bij poffen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek