poeplucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpuplʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de stank die afkomstig is van ontlasting
    Een ontplofte mestsilo zorgde vanochtend voor ernstige stankoverlast in Rijkevoort. Het Brabantse dorp was gehuld in een penetrante poeplucht nadat bij de explosie 1,5 miljoen liter vloeibare mest wegstroomde. Omwonenden hadden het over een “stronttsunami”. De Telegraaf R. Ophorst 18 februari 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1134320/golf-van-poep-door-brabants-dorp Golf van poep door Brabants dorp]
    Op het pleintje voor De Harmonie aan de Gaesbeekstraat is slechts de aangename geur van de bloemen in de borders te bespeuren. Hoe anders is dat binnen. De penetrante poeplucht is al in de gang te ruiken. In de woningen is het nog veel erger. Annie heeft uit nood altijd haar ramen open. "Ook 's winters, dan maar in de kou." Tubantia P. van Agteren 11 januari 2017 [https://www.tubantia.nl/binnenland/poepflat-in-rotterdam-al-14-jaar-gebukt-onder-stank~a2ddd662/ 'Poepflat' in Rotterdam al 14 jaar gebukt onder stank]
    Tien demonstranten in witte pakken hebben vanmiddag voor de deur van het provinciehuis in Arnhem geprotesteerd met poeplucht. Ze voerden actie tegen de komst van een mestvergister in Groenlo. Tubantia E. Reijnen Rutten 3 juli 2018 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/poeplucht-als-protest-tegen-mestfabriek~a22754d3/ Poeplucht als protest tegen mestfabriek]