poelier

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een slager die zich richt op de verkoop van gevogelte (vlees van vogels), (met name kip), kalkoen en wild.
    Het woord poelier is afgeleid van het Latijnse pullarius dat oppasser van de kippen betekent.

Etymologie

* In de betekenis van ‘handelaar in geslachte vogels en wild’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1571