podiumplek

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de plaatsen 1,2 en 3 bij een wedstrijd waarvoor iemand de gouden, zilveren of bronzen medaille ontvangt
    Het zat Susan Krumins helemaal niet lekker. Ze ging bij de EK cross in Hilvarenbeek voor het goud, maar het werd zelfs geen podiumplek. ‘Ik loop elke wedstrijd alsof het mijn laatste is. Ik wil laten zien wat ik kan.’
    Er was berusting. Max Verstappen klonk al direct na de finish genuanceerd. Hij kon niet anders dan erkennen dat Mercedes, lees Lewis Hamilton, op de Hungaroring net wat sneller en slimmer was geweest. Met plaats twee, zijn eerste podiumplek op dit circuit, kon hij al snel leven.