plunderen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met geweld zich roerende goederen toe-eigenen (uit de woning van) iemand andersIn de Amerikaanse Senaat zette de Democraat Christopher Murphy onlangs op een rijtje wat de „verbijsterende rooftocht” tot nu toe heeft opgeleverd. Hij zag een „normaliseren” van corruptie op klaarlichte dag, die lijkt op het plunderen van de staatsruif door Poetin en zijn oligarchen. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/13/donald-trump-is-niet-gek-hij-is-corrupt-a4886205 www.nrc.nl (13 mrt 2025)]
Etymologie
* In de betekenis van ‘(be)roven’ voor het eerst aangetroffen in 1372
Vertalingen
Engelsplunder, rob
Duitsplündern
Spaansmerodear, pillar, robar
Deensplyndre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek