plichtsbesef

onzijdig (het)/ˈplɪxtsbəsɛf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bewustzijn van de dingen die men hoort te doen
    Door hun plichtbesef bleven ze op hun post toen hun bazen vluchtten.
    Deze conclusie, zijn verklaring van plichtsbesef en de resten van zijn garnalensoesje spoelde hij weg met een grote slok zoete witte wijn, terwijl ik bleef zitten met de vraag hoe hij vanuit dit geïsoleerde hotel, dat op honderden kilometers van zee lag, leiding gaf aan een intercontinentaal georiënteerd maritiem bedrijf, maar ik durfde het niet te vragen, want hij had alweer een nieuw roesje in zijn mond gestopt.