plenzen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. onpr (onpr) bijzonder hard regenen
    De hele dag plensde het, maar tegen de avond klaarde het op.
  2. ov (ov) veel vloeistof ineens uitstorten
    Hij plenst de melk in de beslagkom.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gieten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1635