plastron

/plɑsˈtrɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding, sport (kleding), (sport) beschuttende leren borstlap voor schermers
    Dan is er nog voor de dames de borstbescherming: de plastron of eventueel cups.[https://schermkringfriesland.nl/schermen/kleding schermkringfriesland.nl]
  2. kleding (kleding) brede stropdas
    Hij droeg een plastron met geel, blauw en oranje, wat door velen wordt gezien als een hint naar zijn voorkeurscoalitie.Voorspelt das de toekomst?, Het Nieuwsblad, 26 mei 2014
  3. kleding (kleding) gesteven deel aan de voorzijde van een overhemd.
    Een overhemd met plastron
  4. buikpantser van een schildpad
    Het plastron van de jongen is rood met zwarte vlekjes.[https://www.lacerta.nl/sites/default/files/artikelpdfs/Lacerta51-02-042-046.pdf De Kwangtung-moerasschildpad (Chinemys nigricans), kweek en ontwikkeling in het terrarium]

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘borstlap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1615