plastic

onzijdig (het)/ˈplɛstɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oorspronkelijk: plastisch vervormbare polymere kunststof, in uitgebreidere zin op alle polymeren toegepast
    De groep pleit daarom ook voor een internationaal verbod op plastic filters.
    Op de overloop boven aan de trap stond een grote vaas met plastic bloemen.
    De Australische grote pijlstormvogels op Lord Howe Island maakten hoorbaar een krakend geluid als je ze voorzichtig op de buik duwde. Dit was alles behalve normaal, realiseerden de biologen die de vogels bestudeerden zich meteen.Het gekraak kwam door honderden stukjes plastic in de maag van de vogels.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/22/de-krakende-kuikens-bleken-vol-plastic-te-zitten-a4894152 www.nrc.nl (22 mei 2025)]

Etymologie

*Ontleend aan het Engelse plastic.

Vertalingen

Engelsplastic
Fransplastique
DuitsKunststoff
Spaansplástico
Italiaansplastica
Portugeesplástico
Russischпластик
Poolsplastikowe
Deensplast