plantensoort
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een groep planten die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich onderling voort kan planten' Ten tijde van Darwins bezoek had Ascension slechts vijfentwintig à dertig plantensoorten, waarvan de meeste varens waren.Elke plantensoort heeft zijn eigen pollen; de korrels van een den lijken onder de microscoop bijvoorbeeld wel een beetje op een Mickey Mouse-gezicht (een hoofd met twee grote oren) en die van de berk zijn juist enigszins driehoekig, met een kleine opening bij het uiteinde van elke hoek.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek