planeet
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaˈnet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie) een groot, rond en massief hemellichaam dat zelf geen licht geeft en in een vaste baan rond een ster draaitDe Aarde is een planeet.Doordat ik nu opeens zo afgezonderd was, voelde het alsof ik op een andere planeet was beland.
Etymologie
*Afkomstig van het (Oud)Griekse πλανήτης (planētēs) (zwerver) dat op zijn beurt verwant is met het Griekse πλαναώ (ronddwalen). Dit omdat de bewegingen van de planeten sterk afwijken van de bewegingen van de sterren. Vergelijk ook het Nederlandse dwaalster.
Uitdrukkingen
- Van een andere planeet komen — Wereldvreemd zijn, alle aansluiting met zijn/haar omgeving missen
- Zijn planeet lezen — De toekomst voorspellen
Vertalingen
Engelsplanet
Fransplanète
DuitsPlanet
Spaansplaneta
Italiaanspianeta
Portugeesplaneta
Turksgezegen, planet, seyyare
Poolsplaneta
Zweedsplanet
Deensplanet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek