placeren

/plaˈserə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een geschikte plaats geven
    Volgens hoteltycoon Steve Wynn (…) is het een kwestie van placeren. „De werken moeten zo worden opgehangen dat iedereen ze kan zien, maar niemand erbij kan.”
  2. ov, landbouw (ov) (landbouw) bieten zo op een rij planten of uitdunnen dat ze elkaars groei niet belemmeren
    „Bij het gezin Degezelle werden we goed opgevangen. We hielpen de boer zijn jonge bieten te ‘placeren’ - zo heette het werk van uitdunnen opdat er één biet groot en sterk kon uitgroeien”, zegt J. Van der Meeren.
  3. ov, bouwkunde (ov) (bouwkunde) aanleggen van installaties in een bouwwerk, zoals voor water, elektriciteit of verwarming
  4. ov (ov) laten opnemen in een publicatie
  5. ov, financieel (ov) (financieel) als belegging investeren
  6. ov (ov) voor een publiek uitspreken

Etymologie

**[2] Brabantse streektaal

Uitdrukkingen

  • geplaceerd zijn