plaatsbewijs

onzijdig (het)/ˈplatsbəˌwɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Een bewijs vroeger meestal een kaartje vaak ook een ov-chipkaart dat men recht heeft op een (zit)plaats.
    In tien wedstrijden werd niet voldoende gewonnen om een plaatsbewijs voor het wereldtoernooi te bemachtigen.

Vertalingen

Engelsbill, note, ticket
Spaanslocalidad