pipowagen
mannelijk (de)/ˈpipoˌwaɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) woonwagen met een rond aflopend dak, die door een paard getrokken kan worden‘We logeren binnenkort in een pipowagen op een ezelboerderij.’ Dat zinnetje deed mijn zoon Wannes branden van spanning. Een jongen van zeven blijft een jongen van zeven. Maar toegegeven, ook ik keek er naar uit om in B&B De Balkende Hoeve te slapen in een echte roulotte tussen de ezels. de Standaard 04 JULI 2015 Wouter WillaertHij werd al gespot in Winterswijk, Haaksbergen en Hof van Twente: de 72-jarige troubadour Ruud uit het zuiden van het land. Met kip, muilezel en pipowagen trekt deze opvallende verschijning door de regio. Tubantia 29- juni - 2017
- modernere woonwagen of caravan
- (verkeer) aanhangwagen met een rond aflopend dak, gebruikt als eenvoudig te verplaatsen keet of bergruimte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek